EditieNº MMXXVI · 2026
Onafhankelijke uitgavevrijdag 25 september 2026

Magazine over water: in huis, van bron tot kraan, wateroverlast, waterbeheer en watersport
Watersport

Wanneer heeft u een vaarbewijs nodig? Klein Vaarbewijs I en II, examen en kosten

Een vaarbewijs is verplicht vanaf 15 meter of bij meer dan 20 km/u. Wat Klein Vaarbewijs I en II inhouden, hoe het CBR-examen gaat en wat het kost.

Grijze motorboot met open kuip vaart met hoge snelheid en een witte schuimstreep over de Nieuwe Waterweg, met enkele opvarenden aan boord en op de achtergrond een stenen oever en havenkade
Foto: kees torn — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Een vaarbewijs is in Nederland verplicht zodra uw boot 15 meter of langer is, of als het een motorboot is die sneller kan dan 20 kilometer per uur door het water. Die tweede regel geldt ook voor waterscooters. Voor een sloep, een kleine motorboot die niet harder kan, een zeilboot onder de 15 meter, een kano of een supboard heeft u dus geen vaarbewijs nodig. Het Klein Vaarbewijs I geldt op rivieren, kanalen en meren. Het Klein Vaarbewijs II is ook geldig op het IJsselmeer, de Waddenzee en de Zeeuwse wateren. U haalt beide bij het CBR, en de pas krijgt u vanaf 18 jaar.

Twee grenzen: 15 meter en 20 kilometer per uur

De vaarbewijsplicht staat in artikel 16 van het Binnenvaartbesluit en in hoofdstuk 7 van de Binnenvaartregeling. Het CBR, dat de examens afneemt, vat de regels samen in drie gevallen waarin het Klein Vaarbewijs verplicht is.

Het eerste geval is de lengte. Elk pleziervaartuig van 15 tot 25 meter valt eronder, ook een zeilboot en ook als hij langzaam vaart. Het tweede geval is de snelheid: een motorboot korter dan 15 meter die sneller kan dan 20 kilometer per uur door het water. Het derde geval betreft bepaalde schepen die bedrijfsmatig worden gebruikt en tussen de 15 en 20 meter lang zijn.

Let op de formulering bij de snelheid. Het gaat om wat de boot kan, niet om hoe hard u op een bepaald moment vaart. Een boot met een motor die hem boven de 20 kilometer per uur kan brengen, is een snelle motorboot, ook als u er rustig mee door een gracht tuft.

Boven de 25 meter wordt het een andere categorie. Voor pleziervaartuigen van 25 tot 40 meter is het Groot Pleziervaartbewijs verplicht. Daarvan bestaan twee gradaties, maar het Groot Pleziervaartbewijs I wordt sinds 1 juli 2011 niet meer afgegeven. Examen doen kan alleen nog voor het Groot Pleziervaartbewijs II.

Snelle motorboot: een vaarbewijs en een registratienummer

Wie een snelle motorboot of waterscooter bestuurt, heeft met meer regels te maken dan alleen het vaarbewijs. De bestuurder moet minstens 18 jaar zijn. De boot heeft een registratiebewijs nodig, het Y-nummer, dat u aanvraagt bij de RDW. Dat nummer moet aan beide kanten van de romp staan, goed leesbaar en in een kleur die afwijkt van de ondergrond. Op de boot op de foto bovenaan, gemaakt op de Nieuwe Waterweg, is zo'n registratieteken met een Y op de zijkant te lezen.

Volgens de veiligheidscampagne Varen doe je Samen! moet de boot ook een motoronderbrekingsknop hebben, de dodemansknop, die de motor stopt als de bestuurder overboord valt. Iedere opvarende moet een reddingvest binnen handbereik hebben. Op een waterscooter draagt de bestuurder het vest, net als wie staand stuurt zonder gesloten stuurhut.

Daarnaast gelden snelheidsbeperkingen. U vaart langzaam binnen 20 meter van de oever, binnen 50 meter van een zwemplaats of aanlegplaats, in havens, bij minder dan 500 meter zicht en 's nachts, tenzij er een ontheffing is. Hard varen mag alleen in aangewezen snelvaargebieden. Waar die liggen, staat op de snelvaarkaart van Varen doe je Samen!.

Klein Vaarbewijs I of II: het vaargebied beslist

Het verschil tussen de twee kleine vaarbewijzen zit niet in de boot, maar in het water waarop u vaart.

Met het Klein Vaarbewijs I mag u varen op rivieren, kanalen en meren. Volgens het CBR hoort ook de Gouwzee daarbij. Het Klein Vaarbewijs II is daarnaast geldig op het IJsselmeer, het Markermeer, het IJmeer, de Waddenzee, de Eems en de Dollard, de Oosterschelde en de Westerschelde. Dat zijn wateren waar golven, getij en navigatie een grotere rol spelen.

Wie het Klein Vaarbewijs II heeft, heeft automatisch ook het Klein Vaarbewijs I. Beide passen dienen sinds 1 januari 2010 bovendien als International Certificate of Competence (ICC), het internationale vaarbewijs dat veel Europese landen van bezoekende watersporters vragen. Het Klein Vaarbewijs I is een ICC voor binnenwateren, het Klein Vaarbewijs II voor binnen- en kustwateren. Een Nederlands vaarbewijs is onbeperkt geldig, tenzij u een medische beperking heeft; dan krijgt de pas een beperkte geldigheidsduur.

Het examen bij het CBR

Sinds 1 januari 2020 neemt het CBR de recreatievaartexamens af. Het zijn theorie-examens op de computer, zonder praktijkdeel. Een minimumleeftijd voor het examen is er niet, en de uitslag blijft onbeperkt geldig.

Het examen KVB1 duurt 60 minuten en bestaat uit 40 vragen, grotendeels meerkeuze. Het gaat onder meer over de wettelijke regels op rivieren, kanalen en meren, de bediening van de motor, veiligheidsmaatregelen, de vaarwegen, elementaire meteorologie en manoeuvreren. Per vraag zijn 1 tot 3 punten te halen, in totaal 80. U bent geslaagd met 56 punten, 70%.

Voor het Klein Vaarbewijs II doet u daarnaast het examen KVB2, over de regels op ruime vaarwateren en over navigatie. Dat duurt 90 minuten en telt 27 vragen, waarvan 4 open. U neemt zelf een koersplotter of geodriehoek en een passer mee. Het CBR levert een examenkaart. Slagen kan met 35 van de 50 punten. Beide examens mogen op één dag achter elkaar.

In 2026 kost het examen KVB1 € 53,15 en het examen KVB2 € 63,25. Wie al een bepaald Nederlands diploma of vaarbekwaamheidsbewijs heeft, kan gedeeltelijk of volledig vrijstelling krijgen. Het beoordelen van zo'n vrijstelling kost € 29,65. Lesmateriaal is er van verschillende uitgevers; veel mensen leren via zelfstudie, anderen volgen een cursus bij een vaarschool.

Na het examen: gezondheidsverklaring en pas

Geslaagd zijn betekent nog niet dat u een vaarbewijs heeft. Voor de pas moet u minstens 18 jaar zijn en voldoen aan de medische eisen voor de binnenvaart. Dat toont u aan met een Gezondheidsverklaring recreatievaart, een vragenlijst die u via Mijn CBR invult. Kunt u alle vragen met nee beantwoorden, dan voldoet u. Is een van de antwoorden ja, dan kan het CBR om een keuring door een arts vragen.

De volgorde doet ertoe. Het besluit over uw geschiktheid is 6 maanden geldig, of 3 maanden als u een arts moest bezoeken. Vraagt u de pas niet binnen die termijn aan, dan moet u de verklaring opnieuw indienen. Het CBR raadt daarom aan eerst de examens te halen en pas daarna de verklaring in te dienen.

De Gezondheidsverklaring kost in 2026 € 13,25 en de pas € 12,70. Vraag alleen de pas met de meeste bevoegdheden aan: wie voor KVB1 en KVB2 slaagt, vraagt direct het Klein Vaarbewijs II aan en betaalt de kosten maar één keer. Zet u alles bij elkaar voor het Klein Vaarbewijs I, dan komt u uit op € 79,10, zonder cursus of lesboek.

Geen vaarbewijsplicht, wel dezelfde regels

Wie geen vaarbewijs nodig heeft, vaart niet buiten de regels. Het Binnenvaartpolitiereglement geldt voor iedereen op het water, van kano tot vrachtschip. Ook de alcoholgrens van 0,5 promille geldt voor elke schipper, of er nu een vaarbewijs nodig is of niet. Het CBR raadt aan om het examen KVB1 ook te doen als u niet onder de plicht valt.

Er zit nog een haakje aan. Vaart u op een boot waarvoor een vaarbewijs verplicht is en staat iemand zonder vaarbewijs aan het roer, dan is volgens Varen doe je Samen! de vaarbewijshouder aan boord verantwoordelijk. Heeft die gedronken, dan gelden voor hem dezelfde regels als voor de roerganger.

De voorrangsregels, het zwemvest en wat u doet als het misgaat, staan in ons overzicht van de veiligheidsregels op het water. Wie liever zeilt dan motort en wil weten hoe u dat leert, vindt de weg in zeilen leren.

Veelgestelde vragen

Heb ik een vaarbewijs nodig voor een waterscooter?
Ja. Een waterscooter kan vrijwel altijd sneller dan 20 kilometer per uur en valt daarom onder de regels voor snelle motorboten. U heeft een Klein Vaarbewijs nodig, de waterscooter moet een registratiebewijs met Y-nummer hebben, en u draagt tijdens het varen een reddingvest.
Mag mijn kind van 16 een snelle motorboot besturen als ik ernaast zit?
Nee. De bestuurder van een snelle motorboot of waterscooter moet zelf minstens 18 jaar zijn. Een vaarbewijs kan ook pas vanaf 18 jaar worden aangevraagd. Het examen mag wel eerder, want daarvoor geldt geen minimumleeftijd.
Moet ik het vaarbewijs aan boord hebben?
Varen doe je Samen! adviseert het registratiebewijs, het vaarbewijs en een legitimatiebewijs binnen handbereik te houden. Het registratiebewijs van een snelle motorboot moet tijdens het varen altijd aan boord zijn.