EditieNº MMXXVI · 2026
Onafhankelijke uitgavevrijdag 25 september 2026

Magazine over water: in huis, van bron tot kraan, wateroverlast, waterbeheer en watersport
Watersport

Schaatsen op natuurijs: wanneer houdt het ijs, en waar is het verraderlijk?

Hoeveel vorst er nodig is voor betrouwbaar natuurijs, waar het ijs zwak is, wat u meeneemt en wat u doet als u of een ander door het ijs zakt.

Tientallen schaatsers op een besneeuwde, bekraste ijsvlakte tussen rietkragen, met rechts een grote rietgedekte windmolen en in de verte een rij andere molens onder een blauwe lucht
Foto: IngevGelder — CC BY-SA 3.0 NL · Wikimedia Commons

Of natuurijs houdt, weet u op een sloot of plas nooit zeker. Het betrouwbaarst is een natuurijsbaan van een ijsclub, zodra de ijsmeester die opent, of een toertocht over een door ijsclubs gecontroleerde route. Voor zo'n baan op een ondergelopen weiland hanteert de KNSB als vuistregel dat er opgeteld eerst 35 graden vorst moet zijn gevallen, bijvoorbeeld 5 nachten van -7 graden. Op open water adviseert de bond de eerste vorstdagen helemaal niet te schaatsen. Ga nooit alleen, niet in het donker en niet op ijs met sneeuw erop, en keer bij twijfel om.

Rekenen in graden vorst

Bij de KNSB zijn volgens de bond zo'n 450 ijsclubs aangesloten. De meeste hebben een landijsbaan: een weiland dat bij het begin van de vorst onder water wordt gezet, zodat er een ijsvloer ontstaat. Voor die banen hanteert de KNSB een vuistregel die iedereen kan narekenen. Tel de graden vorst van opeenvolgende nachten bij elkaar op. Pas bij ongeveer 35 graden is de ijsvloer sterk genoeg om de baan voor publiek te openen. Vijf nachten van -7 graden kan voldoende zijn, of zeven nachten van -5.

De beslissing ligt bij de natuurijsmeester van de club. Die boort gaatjes om de ijsdikte te meten en zet het sein op groen. Is een baan open, dan kunt u er volgens de KNSB van uitgaan dat het ijs betrouwbaar is. Welke banen open zijn, staat op schaatsen.nl en op de sites van de clubs.

Sommige banen zijn sneller. Op combibanen met een sproei- of dweilinstallatie wordt het ijs laag voor laag opgebracht, zodat er soms al na één nacht lichte vorst geschaatst kan worden. De KNSB noemt de banen in Winterswijk, De Lier, Doorn en Ammerstol als bekendste voorbeelden. Omdat natuurijs door de klimaatverandering zeldzamer wordt, stimuleert de bond de aanleg van zulke banen.

Hoe dik is dik genoeg?

Een landelijke centimeternorm voor een bevroren sloot of plas geven de KNSB, Reddingsbrigade Nederland en schaatsen.nl niet. Hoe sterk ijs is, verschilt van plek tot plek: door stroming, wakken, lozingen en de manier waarop het is aangevroren.

Twee getallen uit de schaatswereld laten dat verschil zien. Voor de eerste marathonwedstrijd van het seizoen moet een gesproeide natuurijsbaan overal minstens 3 centimeter dik zijn. Zo'n baan ligt niet boven diep water, en het ijs is onder toezicht opgebouwd. Voor de Elfstedentocht van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden moet het ijs op het hele traject van bijna 200 kilometer minimaal 15 centimeter dik zijn, en moeten alle 22 rayonhoofden instemmen. Daar schaatsen duizenden mensen tegelijk over vaarten en meren.

Wie zelf de dikte wil nagaan, gebruikt een ijsstok. Die hoort volgens de KNSB bij de natuurijsveiligheidsset, samen met een ijspriem, een touw en een fluitje. Een meting zegt alleen iets over de plek waar u prikt. Een eindje verderop kan het ijs anders zijn.

Waar het ijs verraderlijk is

De twintig gouden regels van schaatsen.nl gaan voor een groot deel over plekken waar het ijs zwakker is dan eromheen.

Let op kleurverschillen. Een aangevroren rand met een geelwitte kleur wijst op een windwak: een plek waar de wind het water zo in beweging hield dat het niet bevroor. Windwakken kunnen volgens schaatsen.nl ook bij strenge vorst lang open blijven, en als ze dichtvriezen, is het ijs daar vaak nog dun. Bij een laagstaande zon ziet u zo'n rand slecht.

Rond bruggen, riet, waterplanten, overhangende takken en plekken waar vogels zitten, is het ijs meestal onbetrouwbaar. Hetzelfde geldt waar waterwegen samenkomen, omdat stroming het ijs dun houdt, en bij lozingspunten van warm of vervuild water. IJs aan de walkant is altijd zwakker, zeker aan de zonkant. Neem daar een grote stap en kijk waar anderen veilig het ijs op gingen.

Vaargeulen zijn een geval apart. Een geul waar 's ochtends veilig geschaatst werd, kan 's middags opengebroken zijn door een boot. Vriest het overdag, dan ligt er binnen korte tijd weer een dun vliesje over de schotsen en ziet u het verschil niet.

Schaats nooit op ijs waar sneeuw op ligt, tenzij het een goedgekeurde, geveegde baan is. Sneeuw verbergt wakken en scheuren. Ook mist en schemer maken zwakke plekken onzichtbaar.

Met z'n tweeën, op afstand, en met een veiligheidsset

De meeste mensen die op het ijs omkomen, waren volgens de KNSB alleen op pad. Ga daarom minstens met z'n tweeën, liefst met een klein groepje, en laat thuis weten waar u gaat schaatsen.

Rijd achter elkaar, niet naast elkaar, met zo'n 10 meter tussenruimte. Dan ziet u een wak of een valpartij voor u op tijd en kunt u uitwijken. Schaats ook niet tegen de stroom van andere schaatsers in.

De KNSB raadt een helm aan, zonder puntige achterkant en zo gemaakt dat er geen schaatsijzer door kan. Polsbreuken zijn het meest voorkomende letsel bij een val, dus polsbeschermers zijn geen overbodige luxe. Snijvaste handschoenen beschermen tegen kou, tegen het ijs en tegen de ijzers van anderen. Neem in een rugzak een waterdicht verpakte telefoon en reservekleding mee, een kleine EHBO-set en een isolatiefolie.

De foto bovenaan is in februari 2012 gemaakt op het ijs tussen de molens van Kinderdijk, waar negentien boezemmolens op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staan. Wie zo'n tocht wil maken, kijkt eerst wat de lokale ijsclub of de gemeente over het ijs meldt, en volgt hun aanwijzingen op. Hoe het water in zulke polders met molens en gemalen wordt beheerd, staat in polders en gemalen.

Als iemand door het ijs zakt

Zakt u zelf door het ijs, probeer dan rustig te blijven. Reddingsbrigade Nederland adviseert het zwakke ijs af te breken tot u bij steviger ijs of de kant komt. Kom zijwaarts of ruggelings uit het wak door u met de voeten af te zetten tegen een ijsrand en op het ijs te rollen. Met ijspriemen kunt u zich optrekken. Kruip daarna op uw buik weg en ga pas staan als u zeker weet dat het ijs sterk genoeg is.

Bent u onder het ijs terechtgekomen, zwem dan op uw rug en zoek de donkere plek: daar is het wak. Ligt er sneeuw op het ijs, dan is het juist andersom en moet u naar het lichte gedeelte, schrijft schaatsen.nl.

Ziet u een ander door het ijs zakken, bel dan 112, zeker als het niet lukt om iemand zelf uit het water te halen. Ga niet zelf het ijs op naar het slachtoffer, want dan loopt u hetzelfde risico. Werp een touw, een reddingsklos, een tak of een kledingstuk toe en trek iemand daarmee naar de kant. Breng de persoon daarna zo snel mogelijk naar een warme plek. Wat koud water in de eerste minuten met het lichaam doet, staat in het artikel over buitenzwemmen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een wak en een bijt?
Een wak is een opening in het ijs die door de natuur ontstaat, bijvoorbeeld door wind, stroming of dieren. Een bijt is een gat dat door mensen in het ijs is gemaakt. Aan de randen van een wak is het ijs dunner, en een wak dat bij strenge vorst weer dichtvriest, heeft vaak maar een dunne laag ijs.
Waar zie ik welke natuurijsbanen open zijn?
Op schaatsen.nl staat een overzicht van natuurijsbanen, en de ijsclubs melden op hun eigen website of de baan open is. Toertochten worden ook via schaatsen.nl aangekondigd. Voor het organiseren van een toertocht is volgens de KNSB een serieuze vorstperiode nodig.