Buiten zwemmen vraagt meer dan baantjes trekken in het zwembad. Er is geen lijn op de bodem, het water is kouder en golven of stroming kosten extra kracht. Zwem daarom op een officiële zwemplek, waar de overheid van 1 mei tot 1 oktober de waterkwaliteit controleert, en ga nooit alleen. Ga rustig het water in, zodat uw lichaam kan wennen aan de kou: ook de Noordzee is in de zomer gemiddeld maar 18 graden. Kijk om de paar slagen vooruit om richting te houden. In vaargeulen, bij bruggen, sluizen en havens is zwemmen verboden.
Geen zwarte lijn: richting houden en ademen
In een plas of op zee ziet u onder water vaak niets, en zonder dat u het merkt zwemt u een boog.
De oplossing heet vooruitkijken. Til elke paar slagen uw ogen net boven het water, kort genoeg om de slag niet te breken, en richt u op een vast punt aan de overkant: een boom, een toren, een gebouw. De KNZB raadt in zijn cursus voor buitenzwemmers aan om vooraf een rondje om de plas te lopen, zodat u weet welke herkenningspunten er zijn.
Wie verder wil zwemmen, kan overstappen van schoolslag op borstcrawl. De KNZB biedt daarvoor via zijn platform Mijnzwemcoach borstcrawlcursussen en clinics voor openwaterzwemmen aan. Leer dan aan twee kanten ademen: komen de golven van links, dan ademt u naar rechts.
De foto bovenaan laat zien hoe dat er in een groep uitziet. Op 10 juni 1950 zwommen tientallen deelnemers bij Nieuw-Loosdrecht een wedstrijd over 2 kilometer. Golven en geen bodem in zicht: dat is in 76 jaar niet veranderd.
Koud water: de eerste minuten tellen
Volgens zwemwater.nl is de Noordzee in de zomer gemiddeld 18 graden, tegen een lichaamstemperatuur van 37 graden. Volgens de KNRM is het water aan het begin van de zomer vaak nog ijskoud, ook als de lucht al warm is.
Wie in één keer in koud water springt, kan een koudeshock krijgen. Reddingsbrigade Nederland beschrijft de verschijnselen: een snellere hartslag, een ongecontroleerde en versnelde ademhaling, niet meer in staat zijn de adem in te houden, desoriëntatie en paniek. Loop daarom rustig het water in, laat de eerste schrik wegebben voor u begint te zwemmen, en blijf in het begin in de buurt van plekken waar u kunt staan.
Onderkoeling gaat vaak ongemerkt. De eerste signalen zijn een bleke huid, rillen, uitputting en verlies van coördinatie. Koud water kan ook plotseling kramp veroorzaken, waardoor verder zwemmen lastig of onmogelijk wordt. Een wetsuit houdt u langer warm en geeft extra drijfvermogen. Kom op tijd uit het water, droog u af, trek direct warme kleren aan en neem iets warms te drinken. Alcohol helpt niet om op te warmen, waarschuwt de Reddingsbrigade; het maakt onderkoeling juist waarschijnlijker.
Waar zwemmen verboden is
In Nederland mag u in principe overal zwemmen, tenzij het expliciet verboden is. Volgens Rijkswaterstaat riskeert u een boete van € 170 als u zwemt in de vaarweg van rivieren, in kanalen, bij wachtplaatsen voor schepen, in de buurt van bruggen, sluizen en stuwen, in de route van veerponten, in en rond havens en in snelvaargebieden.
De grote rivieren zijn verraderlijk. De schipper van een binnenvaartschip ziet tot ongeveer 350 meter voor zijn boeg het wateroppervlak niet, en een groot schip kan niet snel stoppen of uitwijken. Een passerend schip zuigt water weg bij de oever, waarna het water terugkomt als een soort minivloed die volgens zwemwater.nl in korte tijd meer dan 50 centimeter kan stijgen. Ook tussen de kribben is die zuiging sterk, en bij lage waterstand is de stroming nog krachtiger. Springen van een brug is verboden: de diepte is in troebel water niet te zien, en op de bodem kan van alles liggen.
Zandwinplassen zijn een apart geval. De oevers kunnen gaan schuiven en door de diepte komen koude stromingen voor. Zwem er alleen als de plas officieel als zwemplek is aangewezen.
De officiële zwemplekken
Rijkswaterstaat, de provincies en de waterschappen houden samen bij welke buitenzwemplekken officieel zijn aangewezen. Die staan op zwemwater.nl, met de actuele status. Tijdens het badseizoen, van 1 mei tot 1 oktober, worden ze minstens één keer per maand bemonsterd, en elke twee weken als de waterkwaliteit er aanvaardbaar of slecht is. Er wordt gemeten op E. coli en intestinale enterokokken, darmbacteriën uit de ontlasting van mens en dier.
Bij elke officiële zwemplek staat een lichtblauw bord met een plattegrond en een kwaliteitsklasse van 0 tot 3 sterren. Die sterren zijn een gemiddelde over vier badseizoenen en zeggen dus niets over vandaag. Geldt er op dit moment iets, dan staat dat op een smal geel, oranje of rood bord eronder. Bij een waarschuwing mag u zwemmen, maar kan het slecht zijn voor de gezondheid. Bij een negatief zwemadvies wordt zwemmen iedereen afgeraden, bij een zwemverbod mag het niet.
Buiten het seizoen wordt er niet gemeten. Wie in oktober of op nieuwjaarsdag het water in gaat, moet zelf inschatten of dat verantwoord is.
Blauwalg, schuim en een douche na afloop
Blauwalgen zijn eigenlijk bacteriën, cyanobacteriën. Bij warm weer en veel voedingsstoffen in het water kunnen ze massaal groeien en een drijflaag vormen, waarin gifstoffen vrijkomen. Contact kan irritatie van ogen en huid geven, hoofdpijn en maag- en darmklachten. Zwem nooit door een verkleurde, olieachtige of stinkende laag, en houd ook honden eruit.
Ook schuim is niet onschuldig. Volgens zwemwater.nl hechten PFAS, bacteriën en virussen zich goed aan zeeschuim, dat daardoor veel meer PFAS kan bevatten dan het zeewater zelf. Op enkele plekken geldt vanwege PFAS een negatief zwemadvies of zelfs een zwemverbod; bij het schrijven van dit stuk was de Plas Vrijenburgbos in Barendrecht daar een van. Wat PFAS zijn en waar ze vandaan komen, staat in PFAS, medicijnresten en microplastics.
Het standaardadvies is eenvoudig: slik zo min mogelijk water, neem na het zwemmen een douche en was in elk geval uw handen voor u gaat eten.
In zee: muien en aflandige wind
Aan de kust spelen andere krachten. Een mui is een geul tussen twee zandbanken waardoor water met grote snelheid terugstroomt naar zee. Volgens de KNRM komen muistromen voor bij eb en bij vloed, bij mooi en slecht weer. U herkent een mui aan een plek waar de golven niet breken en er geen schuim is. Komt u erin terecht, zwem er dan niet tegenin. Laat u meevoeren tot de stroming afneemt, zwem evenwijdig aan de kust naar de zijkant en ga via de zandbank terug.
Bij aflandige wind wordt de bovenste waterlaag de zee in geblazen. Met een luchtbed of opblaasband drijft u dan snel ver weg. Waait de wind schuin langs de kust, dan kunnen zopers ontstaan: stromingen evenwijdig aan het strand waar u nauwelijks tegenin kunt zwemmen.
Zwem op een bewaakt strand tussen de rood-gele vlaggen. Daar zijn volgens de KNRM geen muien en houden lifeguards toezicht. Hangt er een gele of rode vlag, ga dan niet verder dan tot uw knieën.
Nooit alleen, en altijd zichtbaar
Volgens de Nationale Raad Zwemveiligheid verdrinken er in Nederland elk jaar zo'n 100 mensen in open water. De grootste risico's zijn overschatting van de eigen zwemvaardigheid, onverwachte stroming en grote temperatuurverschillen, ook bij mensen die al hun hele leven zwemmen. De campagne 'Wie checkt jou?' vraagt daarom vooraf af te spreken wie u in de gaten houdt: iemand op de kant, een zwemmaatje of een lifeguard.
Een felgekleurde badmuts is van ver te zien. Een opblaasbare zwemboei aan een riem om uw middel maakt u nog beter zichtbaar en geeft iets om op te rusten als u moe wordt. Raakt u toch in de problemen, ga dan op uw rug drijven om rustig te worden, en roep of zwaai daarna om hulp.
Wie in een groep wil zwemmen, kan terecht bij georganiseerde tochten. Bijna alle bij de KNZB aangesloten openwaterorganisaties hebben een recreatieve tocht in het programma, over 250 tot 2.000 meter, zonder licentie. Zulke evenementen moeten voldoen aan de veiligheidseisen van de zwembond. Wie vanaf een boot of board het water op gaat, vindt de vaarregels, vesten en alarmnummers in een apart overzicht.
