Een waterschap is een regionale overheid met één opdracht: het water. Het beheert de dijken in zijn gebied, regelt hoe hoog het water in sloten en vaarten staat, bewaakt de kwaliteit van het oppervlaktewater en zuivert het rioolwater. Nederland telt 21 waterschappen. Ze hebben een eigen gekozen bestuur en heffen hun eigen belastingen, los van gemeente en provincie. Die vorm is eeuwen oud: het Hoogheemraadschap van Rijnland kreeg zijn handvest in 1255.
Een bestuur voor één taak
Nederland heeft vier bestuurslagen: Rijk, provincie, gemeente en waterschap. De eerste drie gaan over van alles, het waterschap alleen over water. Het is daarmee een functionele overheid, geen algemene.
De grenzen van een waterschap volgen ook niet de gemeente- of provinciegrens. Ze liggen waar het water ze legt: langs stroomgebieden en dijkringen. Daardoor kan één gemeente onder twee waterschappen vallen, en werkt één waterschap met tientallen gemeenten samen. Vijf waterschappen in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht heten hoogheemraadschap. In Friesland heet het Wetterskip Fryslân. Het werk is hetzelfde; de naam is historisch.
Van duizenden naar 21
Waterschappen ontstonden in de middeleeuwen, toen boeren in het veengebied samen dijken en sloten moesten onderhouden. Wie grond had achter een dijk, had er belang bij dat die dijk bleef liggen, en moest dus meebetalen. Die afspraken werden vastgelegd. Graaf Willem II van Holland gaf de heemraden van Rijnland in 1255 een handvest. Schieland volgde in 1273, Delfland in 1289.
Eeuwenlang had bijna elke polder zijn eigen bestuur. Rond 1850 waren er volgens ProDemos ongeveer 3.500 waterschappen, in 1950 nog zo'n 2.600. Daarna volgden fusies, tot er sinds 2018 nog 21 over zijn. Sinds 1 januari 2005 zorgen ze allemaal voor zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van het water; daarvoor was dat soms over twee organisaties verdeeld.
De foto bovenaan toont het Gemeenlandshuis aan de Breestraat in Leiden. Rijnland was er vanaf 1578 gevestigd en is inmiddels verhuisd naar een kantoor aan de westkant van de stad. Het beheergebied loopt volgens Wikipedia van Wassenaar tot Amsterdam en van IJmuiden tot Gouda, met zo'n 1,3 miljoen inwoners.
Dijken, peil, schoon water en zuivering
Het werk valt in drie delen. Het eerste is de bescherming tegen overstromingen. Waterschappen beheren het grootste deel van de primaire keringen, de dijken en duinen die tegen zee, rivieren en grote meren beschermen. Daarnaast hebben ze bijna 15.000 kilometer regionale keringen, zoals kades langs boezems en kanalen. De grote rijkswerken, zoals de stormvloedkeringen uit het Deltaplan, vallen onder Rijkswaterstaat.
Het tweede is de hoeveelheid water. Het waterschap legt per gebied het peil vast en houdt het met gemalen, stuwen en inlaten op hoogte. Volgens Wikipedia gaat het om ongeveer 6.000 gemalen. In droge zomers verdeelt het waterschap het water en kan het een beregeningsverbod instellen; hoe die afweging werkt, staat in droogte en verzilting.
Het derde is de kwaliteit. Het waterschap controleert het oppervlaktewater en zuivert het afvalwater dat gemeenten via het riool aanleveren. Enkele waterschappen beheren daarnaast wegen in het buitengebied.
Belang, betaling, zeggenschap
Het bestuur is ingericht volgens een oude trits: wie belang heeft bij het waterbeheer, betaalt mee en praat mee. Tot 1992 zaten er vooral eigenaren van grond en gebouwen in het bestuur. De Waterschapswet van dat jaar gaf ook gewone inwoners stemrecht, omdat iedereen er belang bij heeft dat zijn huis droog blijft.
Het algemeen bestuur telt volgens de Unie van Waterschappen 18 tot 30 leden, afhankelijk van het waterschap. Het merendeel wordt door inwoners gekozen. Het dagelijks bestuur bestaat uit de dijkgraaf en de heemraden. De dijkgraaf wordt niet gekozen, maar door de Kroon benoemd voor zes jaar, vergelijkbaar met een burgemeester.
Zetels die niet op het stembiljet staan
Vier zetels in elk algemeen bestuur worden niet verkozen maar toegewezen. Twee zijn voor de landbouw, twee voor beheerders van natuurterreinen. LTO wijst de agrarische vertegenwoordigers aan, de Vereniging van Bos- en Natuureigenaren (VBNE) die voor de natuur. Volgens de Unie van Waterschappen vindt de wetgever dat deze twee groepen een versterkt belang hebben bij het waterbeheer: hun grond en bedrijfsvoering hangen direct af van het peil. Ze brengen bovendien gebiedskennis mee en draagvlak voor projecten die op hun grond landen.
Dat punt is omstreden. Tegenstanders vinden het vreemd dat een deel van een democratisch gekozen bestuur niet gekozen is. Vroeger hadden ook bedrijven zulke zetels; die categorie is verdwenen. Sinds de laatste wetswijziging hoeft een geborgde zetel ook niet meer verplicht in het dagelijks bestuur te zitten.
Stemmen met de Statenverkiezing
Tot 2004 stemde u bij de waterschapsverkiezingen op personen, en lang ging dat per brief. Sinds 2008 zijn er kieslijsten van partijen, en sinds 2015 vallen de verkiezingen op dezelfde dag als die voor de Provinciale Staten, in het gewone stemlokaal. Dat deed de opkomst stijgen: van 43,5% in 2015 naar 51,3% in 2019 en ruim 53% in 2023.
Bij de verkiezingen van 15 maart 2023 waren 518 zetels te verdelen. De BoerBurgerBeweging deed voor het eerst mee en won er in één keer 118, meer dan elke andere partij. Water Natuurlijk, een partij die alleen aan waterschapsverkiezingen meedoet, kwam op 97. Naast landelijke partijen doen in veel waterschappen ook zulke lokale waterpartijen mee. De volgende verkiezingen zijn in 2027.
Eigen belastingen, geen rijksbijdrage
Waterschappen halen hun geld vrijwel volledig uit eigen belastingen. Volgens Wikipedia bedroegen de kosten in 2023 ongeveer € 3,6 miljard. Daarvan ging 39% naar het zuiveren van rioolwater, 29% naar het beheer van het watersysteem en 12% naar de waterkeringen. Daarnaast investeren de waterschappen samen jaarlijks ruim € 2 miljard, vaak met langlopende leningen bij de Nederlandse Waterschapsbank.
Voor huishoudens gaat het om twee aanslagen. De watersysteemheffing betaalt de dijken, gemalen en het schone oppervlaktewater. De zuiveringsheffing betaalt het schoonmaken van afvalwater. Wie rechtstreeks op een sloot loost, betaalt een verontreinigingsheffing. Sinds 1 januari 2026 geldt een aangepast belastingstelsel. Hoe de aanslag voor een gewoon huishouden is opgebouwd, staat in de waterrekening ontleed.
Wanneer u zelf met het waterschap te maken krijgt
De meeste mensen merken het waterschap alleen aan de aanslag. Toch loopt u er sneller tegenaan dan u denkt. Wie een steiger wil bouwen, een sloot wil dempen of verbreden, of iets wil neerzetten op of naast een dijk, heeft vaak toestemming van het waterschap nodig. Sinds de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking trad, staan die regels in de waterschapsverordening, de opvolger van de oude keur.
Ook bij een verstopte duiker, een dode vis in de sloot of een vreemde kleur in het water is het waterschap het aanspreekpunt, niet de gemeente. Welk waterschap bij uw adres hoort, is op te zoeken via de Unie van Waterschappen, de koepelorganisatie van de 21 waterschappen.
