Droogte gaat in Nederland over meer dan dorre gazons en boeren die niet mogen beregenen. Als de Rijn en de Maas weinig water aanvoeren, dringt zeewater via de riviermondingen verder het land in, en verzilten rivieren, sloten en innamepunten. Bij een tekort verdelen Rijkswaterstaat en de waterschappen het water volgens een vaste volgorde, de verdringingsreeks: eerst de veiligheid van dijken en natuur, dan drinkwater en energie, daarna de rest. In de zomer van 2026 gold een landelijk watertekort en stond de Rijn bij Lobith lager dan ooit gemeten.
Een tekort in een nat land
Nederland krijgt zijn zoete water uit drie bronnen: regen, grondwater en de rivieren die het uit het buitenland aanvoeren. In het najaar en de winter valt er meer regen dan er verdampt. In de zomer is het andersom, en loopt er een neerslagtekort op. Volgens het KNMI is dat maximale tekort in een gemiddeld jaar nu 160 millimeter, gemeten over april tot en met september.
Een watertekort ontstaat als er minder water is dan nodig. Dat gebeurt als het hier droog is en het tegelijk in Duitsland, Frankrijk en België weinig regent, zodat de rivieren ook weinig brengen. Rijkswaterstaat laat het droogteseizoen daarom elk jaar op 1 april beginnen. Tot 1 oktober verschijnt er elke dinsdag een droogtemonitor.
De foto bovenaan laat zien dat laag water niet alleen een zomerverschijnsel is. Hij werd op 28 oktober 1985 gemaakt in de Waal bij Nijmegen, waar woonboten en een zeilschip op de drooggevallen rivierbodem lagen.
Waarom droogte ook zout betekent
Het zoete water dat naar zee stroomt, houdt het zoute water tegen. Wordt die stroom zwakker, dan schuift de grens tussen zoet en zout landinwaarts. Via de Nieuwe Waterweg, die in open verbinding staat met de Noordzee, dringt het zout dan de Lek en de Hollandsche IJssel op. Dat is precies waar waterbeheerders water innemen voor de polders van Zuid-Holland.
Er zijn meer routes. Bij elke schutting van een zeesluis komt zout water mee. En in diepe polders komt zout grondwater onder druk omhoog, de zoute kwel. Rijkswaterstaat noemt het Volkerak-Zoommeer als voorbeeld: zonder aanvoer van zoet water uit het Hollands Diep zou dat meer steeds zouter worden, door kwel en door zout dat via de schutsluizen vanuit de Oosterschelde binnenkomt.
Voor de landbouw is dat een probleem, omdat gevoelige teelten slecht tegen zout kunnen. Het KNMI noemt bollen en bomen als voorbeeld. Ook drinkwaterbedrijven kunnen te zout water niet zonder meer gebruiken.
Hoog en laag Nederland
Niet elk deel van het land kan worden geholpen. In laag Nederland kan rivierwater via stuwen, sluizen en gemalen worden rondgestuurd. Stuw Driel verdeelt het Rijnwater over de Nederrijn en de IJssel, en via de IJssel wordt het IJsselmeer gevuld, volgens Rijkswaterstaat de grootste regenton van Nederland. Vanaf half maart wordt het peil in het IJsselmeer en Markermeer verhoogd, zodat er een voorraad is voor de zomer. Het IJsselmeer levert water aan Noord-Holland, Flevoland, Friesland, Groningen en delen van Overijssel, Drenthe, Gelderland en Utrecht.
De hoge zandgronden in het zuiden en oosten, en het grootste deel van Zeeland, kunnen geen rivierwater krijgen. Daar zijn boeren en natuur volledig afhankelijk van regen en grondwater. Het is ook de plek waar waterschappen het eerst een beregeningsverbod instellen. Dat hoort bij hun taken, zoals beschreven in het artikel over de waterschappen.
Waarom dan niet in de winter meer water opslaan? Rijkswaterstaat legt uit dat de meren en uiterwaarden in het stormseizoen ruimte moeten houden om hoogwater op te vangen. Voor een substantieel grotere voorraad zou een tweede IJsselmeer nodig zijn, en die ruimte is er niet.
Wie krijgt het eerst water?
De volgorde bij een tekort ligt vast in de verdringingsreeks. Die telt vier categorieën.
Categorie 1 is veiligheid: het voorkomen van schade aan dijken en onomkeerbare schade aan natuur. Categorie 2 is drinkwater en een ongestoorde energievoorziening. Categorie 3 omvat gebruik waarbij met weinig water veel schade wordt voorkomen, zoals het beregenen van boomkwekerijen en andere kapitaalintensieve teelten, en proceswater voor de industrie. Categorie 4 is al het andere, waaronder scheepvaart, de gewone landbouw en recreatie.
Dat dijken voorop staan, heeft een reden. In de nacht van 25 op 26 augustus 2003 bezweek bij Wilnis een veendijk langs de Ringvaart. Door de droogte was het water uit de dijk verdampt en was hij zo licht geworden dat hij de waterdruk niet meer kon weerstaan. Sindsdien worden kwetsbare dijken bij droogte extra bewaakt en zo nodig besproeid. Na 2003 kwamen ook de landelijke afspraken over de verdeling tot stand.
Drie niveaus van opschaling
Bij een dreigend watertekort, niveau 1, overleggen Rijkswaterstaat, waterschappen en provincies in 6 regionale droogteoverleggen. De Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling bewaakt het landelijke beeld; daarin zitten ook de drinkwaterbedrijven, het KNMI en de betrokken ministeries.
Bij een feitelijk watertekort, niveau 2, neemt het Managementteam Watertekorten het over, onder voorzitterschap van de directeur-generaal van Rijkswaterstaat. Het besluit over landelijke maatregelen. Niveau 3 is een nationale crisis, waarbij ministers beslissen, bijvoorbeeld over het stilleggen van sectoren. Dat kwam volgens Rijkswaterstaat voor het laatst voor in 2003.
De zomer van 2026
Dit jaar kwam het draaiboek tot niveau 2. Op 22 juni schaalde de regio West-Midden op naar niveau 1. Rijkswaterstaat verwachtte dat de afvoer van de Rijn bij Lobith eind juni onder de 1.000 kubieke meter per seconde zou zakken. In juli schaalde de landelijke commissie op. Op 16 juli volgde niveau 2, een feitelijk watertekort. Twee weken later meldde Rijkswaterstaat dat de Rijn bij Lobith nog nooit zo laag had gestaan.
De maatregelen laten zien hoe het systeem werkt. Sluizen schutten minder vaak, om water vast te houden en zout buiten te houden. De Haringvlietsluizen gingen dicht, zodat meer rivierwater via de Nieuwe Waterweg naar zee stroomde en daar het zout terugdrong. Stuw Hagestein werd iets opengezet om extra zoet water via de Lek naar het westen te sturen. En de Klimaatbestendige Wateraanvoer werd ingezet: het boezemgemaal bij Gouda stopt dan met pompen uit de verzilte Hollandsche IJssel, en West-Nederland krijgt water via het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek.
De gevolgen waren breed. Het sluizencomplex bij Eefde was volledig gestremd, waardoor schepen niet meer van de IJssel naar de Twentekanalen konden. Binnenvaartschepen voeren met minder lading. Op meerdere plekken kwam blauwalg voor, stierven vissen en golden negatieve zwemadviezen. In een groot deel van het land was het verboden water te onttrekken aan sloten, beken, meren of de grond, zodat boeren niet of beperkt konden beregenen. Wat niet in gevaar kwam, was het drinkwater. Een feitelijk watertekort is geen drinkwatertekort, benadrukte Rijkswaterstaat.
Op 3 september schaalde het ministerie terug naar niveau 1. De droogte was daarmee niet voorbij. Er stroomde nog altijd ongeveer de helft van de normale hoeveelheid water door de Rijn. Rijkswaterstaat verwacht dat de rivierstanden tot het eind van het jaar laag kunnen blijven, en de grondwaterstanden nog maanden langer. Ook de verzilting van het IJsselmeer blijft voor drinkwaterbedrijven een aandachtspunt.
Vaker, en in het zuiden het sterkst
Het neerslagtekort van 1976 staat nog altijd als record in de boeken. Dat jaar rukte het leger uit om boeren te helpen met beregenen. Maar volgens het KNMI laten 2018, 2019, 2020 en 2022 zien dat langdurige droogte vaker voorkomt, en Rijkswaterstaat noemt ook 2025 een droog jaar.
In alle KNMI'23-scenario's neemt het tekort verder toe. Rond 2100 ligt het gemiddelde maximale neerslagtekort tussen 181 en 286 millimeter, afhankelijk van uitstoot en scenario. In het droogste scenario is een gewone zomer dan ongeveer zo droog als een extreem droge zomer nu. De toename is het sterkst in het zuiden. Daar komt de stijgende zee bij, die het zout verder landinwaarts duwt; zie zeespiegelstijging in Nederland.
Wat u zelf kunt doen, is beperkt maar niet nul. Regenwater dat in de tuin wegzakt in plaats van naar het riool te stromen, vult het grondwater aan. Hoe dat werkt, staat in de tuin als spons.
