Een Nederlander gebruikt thuis gemiddeld 129 liter drinkwater per dag. Dat blijkt uit het onderzoek Watergebruik Thuis 2021, dat het CBS in opdracht van Vewin uitvoerde. Ruim een derde daarvan gaat door de douche, bijna een kwart door het toilet en ongeveer 13% door de wasmachine. Het water dat we drinken of waarin we koken, is goed voor nog geen 3 liter.
Waar de 129 liter naartoe gaat
Het CBS liet in 2021 bijna 3.000 huishoudens een dag lang turven: hoe vaak ze doortrokken, hoe lang ze onder de douche stonden, welke wasprogramma's ze draaiden. Daarnaast werd gevraagd de watermeter af te lezen. Uit die gegevens rekenden de onderzoekers per toepassing uit hoeveel liter er per persoon per dag doorheen gaat.
De douche staat met 46,2 liter per persoon per dag bovenaan, goed voor 36,1% van het totaal. Het toilet volgt met 30,2 liter (23,6%). De wasmachine gebruikt 16,9 liter per persoon per dag (13,2%). Handen wassen (7,2%) en het overige gebruik bij de wastafel (6,8%) komen samen op ongeveer 18 liter.
Daarna wordt het klein. Het bad levert gemiddeld 5,2 liter per persoon per dag op, de vaatwasser 2,9 liter en de afwas met de hand 1 liter. Drinken, koffie en thee zetten en koken samen: 2,6 liter. Water voor tuin of balkon uit de kraan kwam in 2021 gemiddeld uit op 0,9 liter per dag. Dat laatste is een jaargemiddelde; op een droge zomerdag ligt het verbruik voor de tuin een stuk hoger.
De douche: één handeling, een derde van het verbruik
Dat de douche zo zwaar weegt, komt door de combinatie van frequentie en duur. Gemiddeld stapt een Nederlander 0,82 keer per dag onder de douche en blijft daar ruim 7 minuten staan. Een douchebeurt kost volgens het CBS gemiddeld zo'n 57 liter.
Het type douchekop maakt veel uit. Bijna de helft van de mensen heeft een gewone douchekop, bijna 39% een waterbesparende en 24% een regendouche (sommige huishoudens hebben meer dan één type). Een regendouche verbruikte in het onderzoek 10,3 liter per minuut en 72,5 liter per beurt. Mensen met een regendouche douchen wel iets minder vaak: ongeveer 0,6 keer per dag.
Het bad is de uitzondering in de andere richting. Een bad kost gemiddeld 142,4 liter, maar wordt weinig gebruikt: 42% van de mensen heeft er een, en zij nemen gemiddeld eens in de 11 dagen een bad.
Het toilet: vaker de kleine knop dan de grote
Per persoon wordt er thuis gemiddeld 6,6 keer per dag doorgespoeld. Daarvan is 2,93 keer een volledige spoeling van gemiddeld 6,7 liter en 3,65 keer een gedeeltelijke spoeling van 3,7 liter. De spaarknop wordt dus al vaker gebruikt dan de grote knop.
Twee derde van de mensen heeft een toilet van na 2000. Het CBS vroeg alleen bij toiletten van voor 2000 naar het type stortbak, omdat nieuwere toiletten doorgaans een stortbak met een beperkte capaciteit van zo'n 6 liter per spoeling hebben. Bij oudere toiletten loopt dat verder uiteen. Wie niet weet hoe oud het eigen toilet is, zit in goed gezelschap: bijna 10% van de deelnemers kon die vraag niet beantwoorden.
Omdat het toilet ook buitenshuis wordt gebruikt, op het werk of op school, zegt het thuisverbruik weinig over hoe vaak iemand in totaal naar de wc gaat. Het gaat in dit onderzoek alleen om de liters die door de eigen watermeter lopen.
Leeftijd en huishouden maken verschil
Mannen en vrouwen gebruiken evenveel water. Leeftijd maakt wel uit. Kinderen tot 15 jaar komen gemiddeld op 102 liter per dag, 65-plussers op 143 liter. Die laatste groep is vaker thuis en woont vaker alleen.
De grootte van het huishouden weegt het zwaarst. Wie alleen woont, gebruikt gemiddeld 186 liter per dag. In een tweepersoonshuishouden is dat 130 liter per persoon. Het verschil ontstaat doordat een deel van het gebruik gedeeld wordt: een wasmachine of vaatwasser draait voor het hele huishouden.
Per huishouden kwam het gemiddelde in 2021 uit op 275 liter per dag, ongeveer 100 kubieke meter per jaar. Dat is ook het verbruik waarmee Vewin rekent als het de tarieven van de drinkwaterbedrijven vergelijkt. Meer over hoe die kubieke meters op de rekening terechtkomen, leest u in de waterrekening ontleed.
Waarom u ook 118 of 125 liter tegenkomt
Wie zoekt naar het waterverbruik per persoon, vindt verschillende getallen. Vewin noemt op zijn kerncijferspagina 118 liter per persoon per dag. Het kabinet sprak in de Kamerbrief Water en Bodem sturend (2022) van 125 liter. Het CBS kwam in 2021 op 129 liter, terwijl eerdere metingen in 2013 en 2016 op ongeveer 119 liter uitkwamen.
Die getallen zijn niet zomaar met elkaar te vergelijken. Het CBS wijst er zelf op dat de methode in 2021 anders was dan in eerdere edities, dat buitengebruik voor het eerst werd meegeteld en dat het onderzoek plaatsvond in een coronajaar, met thuiswerken en quarantaine. Een stijging van 119 naar 129 liter kan dus niet als trend worden gelezen.
Een ruwe controle langs een andere weg laat zien waar de orde van grootte ligt. Volgens de Kerngegevens Drinkwater 2025 van Vewin leverden de drinkwaterbedrijven in 2024 772 miljoen kubieke meter aan huishoudens. Gedeeld door de ruim 18 miljoen inwoners van hun leveringsgebieden is dat ongeveer 117 liter per persoon per dag. Die rekensom zegt niets over waar het water voor gebruikt wordt, maar sluit goed aan bij de 118 liter van Vewin.
Het doel: 100 liter in 2035
In het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing hebben het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de drinkwaterbedrijven en andere partijen afgesproken het verbruik terug te brengen naar 100 liter per persoon per dag in 2035. Zakelijke gebruikers moeten 20% minder drinkwater gaan gebruiken.
Huishoudens nemen ongeveer 70% van het geleverde drinkwater af, dus daar ligt het grootste deel van de opgave. De reden is niet dat er vandaag te weinig water uit de kraan komt, maar dat de vraag groeit en de bronnen onder druk staan door droogte, verzilting en vervuiling. Op warme dagen is dat al te merken, wanneer drinkwaterbedrijven hun klanten oproepen om zuinig te zijn omdat de voorraden sneller slinken dan ze worden aangevuld.
Welke maatregelen daarbij echt iets opleveren en welke vooral goed klinken, staat in het stuk over water besparen in huis.
Uw eigen verbruik berekenen
Het eigen verbruik is eenvoudig te bepalen. Op de jaarafrekening van het drinkwaterbedrijf staat het aantal kubieke meters. Deel dat door het aantal bewoners en door 365, en vermenigvuldig met 1.000. Een huishouden van 2 personen dat 100 kubieke meter per jaar gebruikt, komt uit op 137 liter per persoon per dag.
Wie het preciezer wil weten, leest de watermeter op twee opeenvolgende ochtenden op hetzelfde tijdstip af. Het verschil is het dagverbruik van het hele huishouden. Doe dat op een gewone doordeweekse dag én op een zaterdag; het verschil tussen die twee is vaak groter dan verwacht.
Ligt het verbruik opvallend hoger dan het gemiddelde voor uw huishoudgrootte, zonder dat uw gewoonten zijn veranderd? Dan loont het om te controleren of er ergens water wegloopt. Hoe dat gaat, staat in een lekkage opsporen.
