Een groot deel van West- en Zuid-Nederland drinkt water dat ooit door de Rijn of de Maas stroomde. De drinkwaterbedrijven van RIWA-Rijn maken drinkwater voor meer dan 5 miljoen mensen, die van RIWA-Maas voor ongeveer 7 miljoen mensen in Nederland en België. Het rivierwater gaat vrijwel nooit rechtstreeks naar de zuivering. Het wordt eerst opgeslagen in spaarbekkens, door duinen of oevers geleid, of komt uit een groot meer als het IJsselmeer. Die buffer maakt het mogelijk de inname stil te leggen zodra er vervuiling de rivier af komt.
Wie er rivierwater drinkt
Aan de Rijnkant staan 4 bedrijven: Oasen, PWN, Vitens en Waternet, verenigd in RIWA-Rijn. Die vereniging rekent ook het IJsselmeer en de randmeren tot het Rijnwater. Waternet haalt zijn water uit het Lekkanaal bij Nieuwegein. PWN maakt 92% van zijn drinkwater van oppervlaktewater; 75% daarvan komt uit het IJsselmeer, de rest uit het Lekkanaal. Elk jaar wordt 24 miljoen kubieke meter IJsselmeerwater in Andijk direct tot drinkwater gezuiverd. Een groter deel gaat eerst de duinen in, net als het Lekkanaalwater van Waternet.
Aan de Maaskant nemen Evides, Dunea en WML water in, samen met Belgische bedrijven die onder meer Brussel en Antwerpen bevoorraden. Volgens RIWA-Maas onttrekken de leden samen zo'n 450 miljard liter per jaar aan de rivier. Brabant Water is voor 40% mede-eigenaar van de spaarbekkens in de Biesbosch, Evides voor 60%.
De Biesbosch: 80 miljoen kubieke meter reserve
De spaarbekkens in de Biesbosch zijn er gekomen na een winterweek in 1963. Op 23 januari van dat jaar was het water van de Nieuwe Maas, waar Rotterdam toen zijn drinkwater uit haalde, plotseling brak. Het drinkwaterbedrijf mat 3,5 gram zout per liter, 10 keer zoveel als normaal. Droogte en een stevige westenwind hadden zeewater de rivier op gestuwd. Om de leidingen onder druk te houden, pompte het bedrijf 4 dagen lang brak water het net in. Het leger reed met waterwagens door de stad.
Een commissie zocht daarna naar plaatsen voor spaarbekkens en koos de Brabantse Biesbosch. In 1973 waren de eerste 2 bekkens klaar; het hele project kostte bijna 500 miljoen gulden. Nu zijn er 3: De Gijster, Honderd en Dertig en Petrusplaat, samen goed voor 80 miljoen kubieke meter. Het Maaswater blijft er gemiddeld 2 tot 3 maanden. In die tijd zakt slib naar de bodem en breekt licht organische stoffen af. In het laatste bekken onthardt Evides het water al tot 8,5 graden Duitse hardheid, voordat het naar de productielocaties gaat.
Ook productielocatie Berenplaat aan de Oude Maas heeft een spaarbekken; de opname bovenaan dit artikel dateert uit 2002.
Meten bij de grens, de inlaat dicht bij vervuiling
Bij Eijsden, waar de Maas Nederland binnenkomt, ligt een meetponton van Rijkswaterstaat. Evides meet daarnaast continu bij Keizersveer. Zodra er iets mis is met het water, gaat bij de drinkwaterbedrijven een signaal af en zetten ze de innamepompen stil. Ze wachten tot de vervuiling of slibgolf langs hun inlaat is gestroomd.
De afstand geeft tijd. Het innamepunt van WML ligt 54 kilometer stroomafwaarts van Eijsden, schrijft WML. Vervuild water doet er meestal ongeveer een dag over om daar te komen, afhankelijk van hoeveel water de Maas afvoert. Evides kan dankzij de spaarbekkens volgens eigen opgave minstens enkele weken drinkwater produceren zonder nieuwe inname.
Soms duurt een innamestop lang. In november 2019 werd de Maas verontreinigd met prosulfocarb, een bestrijdingsmiddel. De bron werd niet gevonden en de Nederlandse bedrijven konden lange tijd geen rivierwater innemen. Dunea schakelde tijdelijk over op de Lek.
Limburg: een bekken van 120 hectare als buffer
WML maakte lange tijd al zijn drinkwater van grondwater, met zo'n 30 pompstations verspreid over de provincie. Omdat ook industrie en landbouw grondwater oppompen, dreigde de Limburgse natuur te verdrogen. Het bedrijf zocht daarom een tweede bron en vond die in de Maas. In 1998 opende het een eerste productiebedrijf dat deels Maaswater gebruikt. Tegenwoordig komt 25% van het Limburgse drinkwater uit de rivier.
Waterproductiebedrijf Heel draait volledig op Maaswater. Het water wordt ingenomen uit het Lateraalkanaal en komt eerst in een apart controlebekken van 8 hectare. Blijkt er dan nog iets mis, dan kan het water daar alsnog worden verwijderd. Is het goed, dan stroomt het door naar De Lange Vlieter, een bekken van 120 hectare, waar het meer dan een jaar blijft. Zonlicht en kleine organismen zuiveren het deels.
Daarna wordt het water niet uit het bekken gepompt, maar via putten van 30 meter diep in de oever. Het stroomt eerst door het grind en zand van de oeverwand, wat een extra filter oplevert. Vervolgens gaat het over een waterval met treden voor zuurstof, door 12 filterbakken met grind, door actieve kool en langs uv-lampen.
Kwetsbaar bij laag water en nieuwe stoffen
De Maas is een regenrivier. Na een lange droge periode stroomt er weinig water door, en dan worden lozingen minder verdund. RIWA-Maas wees daar in 2020 op, na 3 droge jaren op rij: bij laag water is de rivier extra kwetsbaar voor lozingen en incidenten. Tegelijk stijgt de vraag naar drinkwater in droge zomers. Hoe droogte en zout water ook buiten de drinkwatervoorziening problemen geven, staat in het artikel over droogte en verzilting.
Daarnaast vinden de bedrijven steeds meer stoffen waarvoor geen of weinig regels bestaan. In het jaarrapport 2025 van RIWA-Rijn overschreden 86 gemeten parameters een of meer keer de streefwaarden die Europese drinkwaterbedrijven voor rivierwater hanteren. RIWA-Rijn vroeg de Europese Commissie om een milieugrenswaarde voor lithium, omdat de winning en verwerking daarvan in het stroomgebied kan toenemen. In september 2024 vroegen de Rijn-drinkwaterbedrijven de Duitse milieuminister om grenzen aan PFAS-lozingen. Meer over die stoffen leest u in het stuk over PFAS en medicijnresten in water.
De bedrijven zelf wijzen steeds op hetzelfde uitgangspunt: wat niet in de rivier komt, hoeft er later ook niet uit gezuiverd te worden.
